Gedoopt in Amsterdam, gestorven in Japara?

ZuiderkerkAmsterdamHuidig

Zuiderkerk, Zandstraat 17, Amsterdam. Gebouwd tussen 1608 en 1614, ontworpen door Hendrick de Keyser

De Zuiderkerk in Amsterdam is er nog. Je kunt er naar toe en zo in de voetsporen treden van degenen die hier op 2 juni 1765 Baarent van Gumster ten doop hielden. Baarent, zoon van Isack van Gumster, scheepstimmerman in dienst van de VOC en van Christina Schotte. Afstammeling uit een familie van zeevarenden, want ook zijn grootvader Dirk Nicolaas was in dienst van de VOC, als opperzeilmaker.

 

Baarent wordt al jong wees. In februari 1774 overlijdt zijn vader Isack op zee, onderweg naar Kaap de Goede Hoop. Moeder Christina overlijdt amper een jaar later en 9-jarige Baarent komt samen met broertjes en zusjes terecht in het Burgerweeshuis. Hoe het hem daar vergaat is (nog) niet bekend, wel weten wij dat ook hij de VOC als werkgever kiest. Op de website http://vocopvarenden.nationaalarchief.nl/ is na te lezen dat hij op 19 september 1784 als hooploper oftewel lichtmatroos aan boord gaat van het schip De Dordrecht op weg naar Batavia. Hij komt daar op 15 april 1785 aan en uit de VOC-database blijkt dat hij niet terug keert naar Nederland, maar in Azië uit dienst treedt. Dat laatste maakt van hem een hele goede kandidaat om de voorvader te zijn van de familie Van Gumster die in Nederlandsch-Indië is ontstaan.

Gumster_B_RA1815

Regerings-Almanak van Nederlandsch-Indië 1815. Inwonerslijst Japara

In 2001 verscheen in de Indische Navorscher (tijdschrift van de Indische Genealogische Vereniging) een artikel van P.A. Christiaans over de familie Van Gumster. Deze ‘Gegevens voor de genealogie Van Gumster’ beginnen met B. van Gumster (van Gumsten, van Gunsten), vermeld op de inwonerslijst van Japara in 1815. (Bovengenoemde Baarent zou in dat jaar 50 jaar zijn). Volgens de gegevens van Christiaans is B. van Gumster getrouwd en heeft hij 2 kinderen: zoon Lodewijk en dochter Catharina Dorothea. De voornamen van de kinderen zijn op geen enkele manier te herleiden tot namen in de familie van Baarent.

Kort na 1815 moet B. van Gumster zijn overleden, want hij komt daarna niet meer voor in de inwonerslijsten uit de Regerings-Almanak van Nederlandsch-Indië (RA).

Leven en nageslacht van zijn zoon en dochter zijn in de Regerings-Almanak (en uit de kranten uit Nederlandsch Indië die te raadplegen zijn via Delpher) te volgen tot in de jaren 40 van de 20e eeuw. In de oorlog houdt de Almanak op te bestaan. De in Nederlandsch Indië woonachtige Van Gumsters moesten in de vijftiger jaren om bekende redenen het toen onafhankelijke Indonesië verlaten en kwamen terecht op verschillende plaatsen in Nederland, o.a. in de omgeving van Arnhem. Arnhem, de plaats waar de voorouders van de in Amsterdam gedoopte Baarent ook vandaan kwamen. Maar dat is een ander verhaal……..

GumsterBaarentDoop02061765ZuiderkerkAmsterdamHervormd

De doopinschrijving van Baarent van Gumster in het doopboek van de Hervormde Zuiderkerk in Amsterdam op 2 juni 1765

Geplaatst in Verhalen | 7 reacties

Opgroeien aan de rivier is blijvend verlangen naar brede stromen

VeerhuisBeusichemRivier

Het veerhuis in Beusichem, nu Pannenkoekenrestaurant

Reinier van Ewijk werd eind 18e eeuw geboren in ’t Veerhuis in Beusichem. Zijn vader was er veerman en logementhouder. Bij hoog water kwam de Lek tot pal aan de deur van het veerhuis.

Hij lijkt het rivierverlangen gekend te hebben, Reinier. Hij was bepaald niet honkvast, maar waar hij ook woonde, altijd was het bij een rivier in de buurt. Lees verder

Afbeelding | Geplaatst op door | Een reactie plaatsen

Het sigarenkistje van de firma Van Ewijk

Op mijn verhaal ‘Leven met verlies’, over mijn oma Verheijen-Van Ewijk, kreeg ik een reactie van de Paul Budde uit Sydney. Hij was in bezit van een oud sigarendoosje met de naam van Ewijk & Co, Vossenstraat 37, Arnhem. De reactie verraste mij.

Sigarenkistje Firma Van Ewijk & co

Op mijn vraag hoe het kistje in zijn bezit was gekomen, meldde hij dat het waarschijnlijk eigendom is geweest van zijn oud-oom, een pastoor in Glanerbrug, overleden in 1929. Bijzonder om te horen. Dat is wat mijn grootvader Verheijen – de Co. van Van Ewijk – deed: de katholieke geestelijkheid langs om sigaren te verkopen.  Misschien is hij ook bij de pastoor in Glanerburg geweest en heeft hij daar dit doosje afgeleverd. Hoe dan ook, ontzettend leuk om over een foto van het sigarenkistje te beschikken.

Geplaatst in Verhalen | Een reactie plaatsen

Met z’n tweetjes

Boud en Betty – 1906

Wat een krachttoer, 16 kinderen ter wereld brengen in 17 jaar en er binnen diezelfde periode weer zes verliezen!  Tien kinderen bleven er over in het gezin Van der Vat-Albering. Vier oudste jongens en vier jongste jongens en daar tussenin de tweelingzusjes Betty en Boudje. Met z’n tweetjes de plaaggeesten van hun broers.

Het was een keurig rooms-katholiek middenstandsgezin met een strenge – bij wijlen  humeurige – vader en een zachtaardige moeder. Hun winkel in kinderkleding bevond zich op de benedenverdieping van het pand aan de Grote Markt in Groningen met daarboven de woning. Hulp was er in de persoon van een Duitse dienstbode. Zij bracht een schat aan Duitse liederen mee.  Of iedereen die uit volle borst meezong valt te bezien, de tweeling in elk geval wel.

1921

Fleurige meisjes waren het, door vader en oudere broers op handen gedragen. Hoewel… er is ook het verhaal van broer Anton die beiden om beurten op hun kop boven de WC-pot hield omdat hij genoeg had van hun geplaag!

De broers en zussen vormden een gemeleerd gezelschap. Sommigen ernstig en serieus, anderen waren bandieten en voor de duivel niet bang. Eenmaal volwassen volgden drie van de vier oudste zonen het pad van hun vader, de een opende  een corsetterie in Groningen, de ander een kledingzaak in Den Haag en de derde een tapijthandel, ook in Groningen. Julius, uit 1900, ging tot vaders grote genoegen naar het klein seminarie van de Franciscanen in Megen (NB). Een eind weg, maar een mooi vooruitzicht, straks een priesterzoon te hebben.  

Ook twee jongere broers bezochten het klooster. Tot woede en teleurstelling van vader kwam Jan al snel op zijn schreden terug en ging de wijnhandel in. Gerard was eerst een paar jaar bij vader in de zaak en trad later als broeder in. Zijn priesterwijding in 1943 maakten zijn ouders niet meer mee en evenmin het succes van Daan als journalist, schrijver en dichter.

Boud, Carel en Betty – 1935

De zusjes bleven lang in en rond het ouderlijk huis en de winkel in Groningen. Begin 1935 vertrokken zij naar Arnhem waar vader voor hen slijterij Westend aan de Steenstraat had overgenomen. Ze werden ‘winkeliersters in gedistilleerd’ en jongste broer Carel  ging mee en hield een oogje in het zeil. Zij op hun beurt moesten hem een beetje in de gareel houden.

Kaarters van huis uit, zochten Betty en Boudje vertier bij ABC, de Arnhemse Bridgeclub. Behalve bridgepartners vonden ze er beiden ook een huwelijkspartner.  Boudje trof Tip, een knappe 10 jaar jongere man, die haar binnen de kortste keren verleidde waarna er getrouwd moest worden. Hun eerste kindje kwam twee maanden na het huwelijk levenloos ter wereld.

Betty trof Jo – ze vond het geen naam voor een man en vanaf toen heette hij Joop.  Joop was leraar boekhouden en woonde samen met zijn moeder en zijn broer Wim in huis bij het gezin van broer Frans aan de Vossenstraat in Arnhem.

Betty en Joop trouwden in oktober 1941, een jaar na haar tweelingzus. Voor het eerst woonden ze op gescheiden adressen: Boud en Tip bleven boven de slijterij op de Steenstraat wonen. Betty en Joop kwamen een paar huizen verder te wonen boven  Kunsthandel Max.  Het leven van de tweelingzussen begon van toen af aan uit elkaar te lopen. Samen gebridged werd er zelden meer, onenigheid over de overname van het winkeldeel van Betty zorgde voor bekoeling van de zusterliefde. Het boekhoudersgezin en het winkeliersgezin hadden weinig gemeen. Los daarvan zegde Boud eenzijdig het tweelingschap op: zij verklaarde zichzelf 10 jaar jonger om een beetje in de pas te blijven bij haar jongere echtgenoot.  

Perioden van goed contact werden afgewisseld met perioden van géén contact. In de 60-er jaren woonden ze voor korte tijd weer samen onder één dak. Toen Boud besloten had bij Tip weg te gaan, was de woning van haar tweelingzus toch de meest voor de hand liggende plaats voor onderdak. Daarna trok ze haar eigen plan en wilde weinig contact meer. Haar plotselinge dood op 77-jarige leeftijd verhinderde dat een eindelijk weer gemaakte afspraak nog door kon gaan. Een definitief en onomkeerbaar einde aan ‘met z’n tweetjes’.

Betty overleefde haar 2 jaar.

Geplaatst in Geschiedenissen | Een reactie plaatsen

Leven met verlies

Mijn oma Maria Constantia van Ewijk is op 17 februari 1869 in ’s Heerenberg geboren. Van het begin af aan is er veel afscheid in haar leven. Haar tweelingzusje Stephania Maria overlijdt een half jaar na de geboorte en hun moeder Constantia van Someren  twee maanden later.  In de familie was er de treurige traditie dat moeders jong sterven, drie generaties dochters achter elkaar groeiden zonder moeder op.

de onderwijzerswoning aan de Oudste Poortstraat 22, ’s Heerenberg

Vader Stefan van Ewijk, hoofdonderwijzer aan de openbare school in ’s Heerenberg, blijft met vier kinderen achter: behalve Marietje zijn dat Trees van 11 jaar, Anton van 7 en Alex van 4. Zij wonen in de onderwijzerswoning aan de Oudste Poortstraat 22, naast de school.

Tijdens de eerste drie moederloze jaren is er om het half jaar  een nieuwe huishoudster in het gezin. Misschien heeft Trees daarna de zorg op zich genomen, maar dat was dan niet voor lang want zij overlijdt eind 1878 als Marietje ruim 9 jaar is.

Lees verder

Geplaatst in Geschiedenissen | 13 reacties

“Uit den band der slavernij ontslagen”

In de Rubriek Binnenlandsche Nieuwstijdingen van de Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant van 5 juni 1855 stond het volgende bericht:

Slavernij in Nederlands-Indië? Volgens het NiNsee, kenniscentrum van het Nederlands Slavernijverleden, speelde slavernij zich af in Suriname, de Nederlandse Antillen, Aruba en aan de westkust van Afrika. Nederlands-Indië wordt niet genoemd. Vermoedelijk vanwege de schaalgrootte: het relatief geringe aantal slaven daar viel in het niet bij de grote aantallen elders. Op 1 januari 1860, het van regeringswege bepaalde tijdstip waarop de slavernij in Nederlandsch-Indië moest zijn afgeschaft, werden 4739 personen in vrijheid gesteld. Ter vergelijking: in Nederlands westelijke koloniën werden drie jaar later 45.000 slaven vrijgekocht. Vrijgekocht, want per slaaf werd een schadeloosstelling van 300 gulden betaald. Aan de eigenaar wel te verstaan, ter compensatie van de weggevallen arbeidskracht. Overigens was betaling van het bedrag aan schadeloosstellingen in de West slechts mogelijk door de gigantische opbrengsten van het cultuurstelsel* in de Oost. Maar dit terzijde. Lees verder

Geplaatst in Geschiedenissen | Een reactie plaatsen

Roerige jaren

“Ja, hoe was dat, burgemeester zijn in Heesch in die jaren….. Moeilijk, heel moeilijk. Ik was er tien jaar secretaris, toen ik tot burgemeester werd benoemd, wegens ziekte van mijn voorganger. Lees hier maar: ‘Constantinus Johannes van Someren legt de eed af op 5 januari 1831′. ’t Was net na het uitroepen van de onafhankelijkheid van België. Grote aantallen legereenheden werden naar het zuiden van het land gedirigeerd om te voorkomen dat de onrust zou overslaan naar Noord Brabant. Vrijwilligers werden opgeroepen zich aan te sluiten en het land mee te verdedigen. Dat gaf een hoop overlast, al die soldaten die noodgedwongen bij burgers ondergebracht moesten worden.” Lees verder

Geplaatst in Geschiedenissen | 1 reactie