Dat huis aan de Brugstraat

De heimwee was verwacht. Mijn ouders waren het traplopen zat en wilden op de begane grond wonen. Het was mijn eerste verhuizing, ik was 20.  Van een ruime kamer 2 hoog met uitzicht over de Rijn, ging ik naar een klein begane gronds kamertje met uitzicht op een minuscuul, ommuurd plaatsje.  Heimwee was er niet alleen naar de grote kamer met uitzicht, maar zeker ook naar het huis met de bijzondere bewoners. En naar de buurt.

Na het eerste halfjaar van hun huwelijk op de Steenstraat te hebben gewoond, kwamen mijn ouders in 1941 wonen aan de Brugstraat nr. 7, hoek Utrechtsestraat. Het huis was eigendom van de Theosofische Vereniging Arnhem en mijn ouders huurden de bovenste, de 2e verdieping. In het grote hoekpand woonden meerdere mensen, hele gezinnen, halve gezinnen, eenlingen. Sommigen hadden één kamer, met gezamenlijk gebruik van keuken en toilet, anderen hadden meerdere kamers en eigen keuken, net als wij.

Brugstr7_huurcontr1956

Nieuw huurcontract in 1954. Van 2 naar 3 kamers.  Voor fl. 34,90 per maand (€ 15,84).  

Achter de voordeur van het huis lag een hoge brede hal met een flinke trap naar de eerste verdieping. Een groot deel van de benedenverdieping, 2 kamers en suite, was in gebruik als bibliotheek van de Theosofische Vereniging*. Tenminste één maal per jaar werd daar een dienst gehouden, waarbij het hele huis werd bewierookt.

Daarnaast waren er op de benedenverdieping ook nog 2 ruime kamers die verhuurd werden. In één ervan woonde een gezin met 2 kinderen van vergelijkbare leeftijd als mijn broer en ik. Ze gebruikten een slaapkamer op de 1e verdieping en de keuken in het souterrain. In de andere kamer woonde een oudere dame met haar vrijgezelle dochter. Moeder had haar slaapplaats in die kamer, dochter had een slaapkamer op ‘onze’ verdieping. Het was begin jaren ‘50 van de twintigste eeuw en in Arnhem was de woningnood hoog.

Brugstraat 7, Arnhem

Op de eerste verdieping woonde een ouder echtpaar en een oudere vrijgezelle man. Op de bovenste verdieping woonden wij. Tot na mijn kleuterjaren hadden we naast een grote woonkamer en een klein keukentje, 2 slaapkamers, een grote voor mijn ouders en mij en een klein kamertje voor mijn 4 jaar oudere broer. In 1954 kon er nog een grote slaapkamer bij gehuurd worden, zodat wij, kinderen, ieder onze eigen plek hadden. Er was een gezamenlijke tuin en in het souterrain waren voorraadkamers en kolenhokken. Van de zolderverdieping kon ieder van de bewoners een – niet afgezet – deel gebruiken als opbergruimte. Het was een geweldig huis om in op te groeien.

De bewoners

Het waren vogels van divers pluimage, de mensen die in de loop der jaren het huis bewoonden. Over een van hen schreef ik eerder dit verhaal. Een oud-directrice van een vegetarisch bejaardenoord woonde er een aantal jaar. Een andere bewoner was drummer annex tapijtenverkoper. Dat hij zichtbaar homoseksueel was, met geverfde haren, make-up en odeurtje, daar werd niet moeilijk over gedaan. Bij een van de andere bewoners kwam ook een muzikant over de vloer: Pierre Courbois. Destijds drummer in het kwintet van jazzpianist Ton Wijkamp. Deze laatste kwam op een gegeven moment met zijn gezin wonen in de vrijgekomen kamers op de 1e verdieping. Zijn vrouw Truus, jazz-zangeres, zong tijdens haar bezigheden de sterren van de hemel. Zij hadden twee jonge kinderen, waarbij ik mijn eerste oppascentjes verdiende. Ik was mij er toen niet van bewust, maar het waren gevierde jazzmusici die in 1960 het gerenommeerde Loosdrecht Jazz Concours hadden gewonnen. In Rotterdam kent men zelfs een Ton Wijkampstraat. Ton Wijkamp kwam in 1973 bij een verkeersongeval om het leven.

De baron

Het overal in huis aanwezige maar niet meer werkende interne belsysteem gaf voeding aan de overgeleverde verhalen dat het huis ooit was gebouwd en bewoond door een adellijke familie, een ‘baron’. De kleine slaapkamertjes voor ‘personeel’ op de bovenste verdieping en de voorraadkamers in het souterrain wezen ook in die richting. Maar niemand wist er méér van. Pas in het internettijdperk, met het verschijnen van online Adresboeken uit de 19e eeuw, kwam ik erachter dat het huis destijds is gebouwd en bewoond door Mr. L.A.J.W. baron Sloet van de Beele, “oud gouv.-generaal van N.-I.”, zoals het de eerste vermelding in het Adresboek voor Arnhem en Omstreken voor het jaar 1874 luidde. Hij bleek dus echt bestaan te hebben, de ‘baron’. Het adres was toen overigens Benedenbrugstraat, dit in tegenstelling tot de straat aan de noordzijde van de spoorbrug: Bovenbrugstraat.  De tenaamstelling Brugstraat dateert van 1880. Tot zijn overlijden in 1890 is de baron er blijven wonen. Nadien woonde er nog het gezin van zijn dochter Maria Paulina, de familie Van Nispen-Sloet van de Beele. Zij huwde in 1864 in Buitenzorg met Jonkheer G.A. van Nispen uit ’s Heerenberg, destijds de adjudant-intendant van haar vader. In de periode dat hij aan de Brugstraat woonde was hij Wethouder voor onderwijszaken in Arnhem.

In 1923 werd de Theosofische Vereniging Arnhem eigenaar en werd het pand in verschillende wooneenheden verdeeld.


* De bibliotheek van de Nederlandse Theosofische Vereniging is in mei 2018 verhuisd naar Amsterdam.

Dit bericht werd geplaatst in Verhalen. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s